Hoi muzikanten!
Ik heb hier voor jullie een stukje theorie van de muziek. Veel leesplezier!
Op een muziekinstrument speel je tonen. Deze tonen kan je kort en lang spelen. Er zijn verschillende toonhoogten. Het spelen van tonen kan je op schrift communiceren door middel van noten die de toonhoogte aangeven. Deze noten worden op een notenbalk van vijf lijnen geschreven. Deze notenbalk maakt het makkelijker om te zien om welke noten het gaat.
Er zijn 7 verschillende grondtonen:

C=Do D=Re E=Mi F=Fa G=Sol A=La B=Si C=Do
Dit is dan ook gelijk de toonladder van C. Dit zijn allemaal grondtonen. Dit betekent dat er geen mollen of kruisen aan de sleutel staan. Bij een mol wordt de noot met een halve toon verlaagd. Bij een kruis wordt de noot juist met een halve toon verhoogd. Hier zie je een voorbeeld van een mol en een kruis aan de sleutel. Op de bovenste notenbalk zie je een kruis en op de onderste notenbalk zie je een mol.

Op een notenbalk zie je ook vaak verschillende soorten noten. Dit wordt ook wel de notenwaarde genoemd. Hieraan kan je zien hoelang een noot moet duren. Er zijn 5 verschillende notenwaarde. Je hebt namelijk zestiende noten, achtste noten, kwartnoten, halve noten en hele noten. In dit voorbeeld zie je de noten afgebeeld in een maat. Elk deel van de noten duurt 1 tel.

In dit notenvoorbeeld zie je dat je 4 zestiende noten nodig hebt om 1 tel te krijgen. Dit betekent dat 1 zestiende noot een kwart tel duurt. Een achtste noot duurt een halve tel, een kwartnoot duurt 1 tel, een halve noot duurt 2 tellen en een hele noot duurt 4 tellen.
Je ziet aan het begin van deze regel twee vieren afgebeeld staan. Dit noem je de maatsoort. In dit geval betekent het dat er vier tellen in de maat zijn, en dat de kwartnoot 1 tel duurt. Om deze maat vol te krijgen moet je dus vier tellen hebben. In het volgende voorbeeld zie je een manier hoe je een maat kan invullen:

Ik hoop dat dit artikel duidelijk is voor jullie!
